Mijn 10 Take-aways uit de Digital Doctor

Heb je de Digital Doctor van Robert Wachter al gelezen?

Ja? Ben benieuwd wat jouw 10 tips of take-aways waren.
Hier zijn mijn 10 take-aways na het lezen van dit boek.cover_book_digital_doctor

Waar gaat het boek over?

De ondertitel van dit boek is ‘Hope, hype, and harm at the dawn of medicine’s computer age’. Vrij vertaald is dat Hoop, hype en schade bij de start van de computer eeuw in de zorg. En dit boek gaat over het pad dat de zorg afgelegd heeft en nog steeds aflegt op weg naar digitaliseren en het introduceren van allerlei nieuwe technologie. De verwachtingen, hoop en problemen die dat met zich meebrengt.

In vergelijking met wat we thuis doen bijvoorbeeld op onze smartphones, met apps of met online kopen en verkopen, loopt de zorg nog steeds een beetje achter.
Voor wie is het interessant?

Wachter is arts en dat zie je duidelijk terug in het boek. Hij refereert met enige regelmaat aan hoe het vroeger was. Maar het is allerminst alleen voor artsen. Sterker nog, ik denk dat iedereen die iets te maken heeft met een EPD, HIS, of ECD of andere zorgtechnologie in welke zorgcontext dan ook, dit prima kan lezen.
Moet ik het boek nog lezen?

Eh, nu ja, dat mag natuurlijk altijd. Maar mijn doel met dit artikel is om de 10 meest belangrijke punten uit dit boek met je te delen. Het is overigens prima leesbaar, als je geen problemen hebt met engels lezen.

Waarom dit boek?

Voor mij is het een mooie samenvatting van de uitdagingen waar we voor staan en geeft het een idee van wat ons nog te wachten staat.

MIJN 10 TAKE-AWAYS

De volgorde van deze punten is willekeurig en niet perse zo in het boek gevonden.

#1 Er is een wereld te winnen als het gaat om patiëntveiligheid

In het boek wordt uitgebreid uitgelegd hoe het toch kon dat een patiënt, een jongen van 16 jaar, in het ziekenhuis een veel te hoge dosis van een geneesmiddel kreeg en ook nog innam. Alle technologie was aanwezig om te voorkomen dat dit zou gebeuren en alle stappen hadden in zichzelf een controlestap.

Maar toch gebeurde het. In het heel kort ging het zo:

Medicatie die voorgeschreven werd, was niet in die vorm beschikbaar in de ziekenhuisapotheek, de apotheker vroeg de arts om het voorschrift aan te passen.

Het aantal werd gecorrigeerd, waarbij de settings op default sprongen: niet dosering per stuk, maar per kg lichaamsgewicht.
Alert fatigue en onduidelijke alerting zorgde ervoor dat de arts het niet zag.
De apotheker accordeerde op basis van het gecorrigeerde aantal.
De robot deed exact wat was voorgeschreven.
De verpleegkundige viel in en stond normaal op een IC unit waar ruggespraak heel gebruikelijk en gemakkelijk was. Op deze afdeling niet, ze voelde zich niet zeker genoeg om de arts te checken.
De patiënt wist dat hij veel medicatie moest slikken, dus het zou wel goed zijn.

#2 Dossiervoering gaat al lang niet meer alleen om het vastleggen van het beloop van de ziekte van de patiënt.

Andere doelen zijn financieel en medico-legaal van aard, maar ook registreren om aan te tonen dat kwaliteit geleverd wordt. Het maakt dat de registraties anders worden. Immers, een document specifiek voor de zorg zal andere gegevens en intonatie bevatten dan wanneer verzekeraars en kwaliteitsgremia ‘meekijken’ en invloed uitoefenen op wat ‘goede’ data is.

#3 De zorg draait om de data van de patiënt, niet de patiënt zelf

Artsen spenderen meer tijd aan de data van de patiënt dan aan de patiënt zelf. Dit is inmiddels ook wetenschappelijk bewezen. Het is afhankelijk van het specialisme, maar verhoudingsgewijs krijgt het dossier 4 keer meer ‘tijd’ dan de patiënt. Patiënten voelen zich daardoor nog wel eens genegeerd.

#4 Digitaal werken introduceert nieuwe issues rondom patiëntveiligheid en efficiëntie

Vertrouwen op systemen is een gevaar dat is duidelijk uit punt #1. Hoog boven aan de lijst van onvoorziene gevolgen van digitaal werken staat kopieren/plakken gedrag. Notities worden hierdoor onleesbaar en data ‘overleeft’ heel lang, terwijl het niet meer actueel is. Een voorbeeld van een patiënt die een normale bloeddruk had in zijn linkervoet tot weken na de amputatie. Vooringevulde velden of default waardes worden niet altijd bevestigd of veranderd in de juiste waardes. Reminders van nieuwe uitslagen worden niet altijd bij de aanvrager bezorgd, maar bij zijn of haar supervisor. Dat is dus enorm veel data voor die supervisor die meerdere assistenten superviseert waar hij niets mee kan. En dan het verdwijnen van de dialoog tussen zorgprofessionals. Orders, vragen, notities, alles is digitaal en zodra het opgeslagen is, is het aan de ander om het ‘op te pakken’.

#5 Blik vooruit: Ziekenhuizen zijn alleen nodig voor ernstig zieken en operaties

Hij schets een toekomstbeeld, waarin het aantal ziekenhuizen sterk afneemt. Maar de ziekenhuizen die er zijn, daarin zal enorm veel technologie beschikbaar zijn om de beste zorg te bieden aan ernstig zieken en bij operaties. En in de VS, zullen een paar grote ketens overblijven. De zorg zal dichter bij huis aangeboden worden, soms vanuit thuis en soms vanuit een lokaal of regionaal centrum. Robots spelen een belangrijke rol in de zorg en patiënten krijgen op maat informatie. Sowieso wordt de zorg en behandeling (nog) veel meer op maat voor de individuele patiënt. Optimale parameters voor de patiënt worden vanuit data bepaald en worden het referentiepunt, denk aan de optimale bloeddruk of gewicht voor een individu en niet een standaard die voor iedereen geldt.

De ICT ondersteuning van de zorgprofessional gaat veel verder dan we ons nu kunnen voorstellen. Het zorgteam zal zich op de patiënt concentreren, terwijl het dossier samengesteld wordt op basis van wat er gebeurt met en rondom de patiënt. Spraakopnames, patiënten die zelf data invoeren en gebruik van sensoren die data automatisch inlezen passen natuurlijk in het proces van data entry en verzameling.

Chronisch zieken of mensen met veel co-morbiditieit worden vanuit thuis gemonitord. Niet alleen met zorg op afstand, telemedicine, maar ook daar allerlei devices en tools die ze nu ook al gebruiken.

#6 Het tempo waarin de zorg voordelen gaat behalen van de nieuwste technologie hangt niet af van de technologie

Zoals zo vaak is niet de techniek de beperkende factor. Dat zullen mensen zijn. Mensen die de techniek niet kunnen bijbenen, de potentie ervan niet zien of gewoon bang zijn voor wat komen gaat. Wachter refereert in zijn boek naar een geciteerde tekst uit de London Times uit 1834 over de stethoscoop. Ik ben een stapje verder gegaan. Ik heb de herkomst van het citaat gevonden. Het komt uit het voorwoord van de vertaler van het boek van de uitvinder van de stethoscoop, M. Laennec. Deze vertaling naar het Engels, uit het Frans, is in 1821 uitgekomen en een gedigitaliseerde variant is integraal beschikbaar op deze site.

Het komt erop neer dat de toegevoegde waarde van de nieuwe technologie – de stethoscoop – erkend werd, maar tegelijkertijd poneerde de vertaler twijfels over frequente toepassing ervan.

#7 Artsen zijn niet happy

De referentie naar een onderzoek van de RAND groep naar de tevredenheid van artsen met hun werk. Het EPD systeem kwam naar voren als een van de grootste factoren die hierop een negatieve invloed hadden. het ging niet om artsen die niets van technologie moesten hebben of aan het end van hun carrière waren, maar om betrokken, hardwerkende artsen die zich belemmerd voelden door het IT systeem en alle regels die erbij horen.

#8 Er is heel veel data beschikbaar, maar niet geïntegreerd

Het lijkt tegenstrijdig, data van patiënten is verspreid over heel veel systemen en in heel veel verschillende tijdslots. Maar dat hebben we met grote EPD systemen toch goed geregeld? Kijk eens buiten de grenzen van het ziekenhuisproces. Op social media, in de eerste lijn, in persoonlijke dossiers, data die met wearables en apps verzameld wordt door patiënten zelf. Dat is heel erg veel data, maar bij lange na niet geïntegreerd beschikbaar. En zeker niet beschikbaar in onze EPD systemen of binnen het bereik of bewustzijn van onze zorgprofessionals.

#9 Artificial intelligence heeft de toekomst

Noodgedwongen bijna, in aansluiting met het vorige punt, hebben we meer nodig dan alleen systemen die info vastleggen. Hier komt de titel van het boek om de hoek kijken;-)
De eerste medische AI systemen richtten zich op het ‘naspelen’ van het denken en analyseren van artsen om zo het systeem de juiste diagnoses te stellen. Dit viel niet mee en dat blijkt uit het zeer beperkte en vaak specifieke gebruik van dit type systeem. Maar ook het feit dat allerlei data los ingevoerd moest worden, droeg niet bij aan het succes van deze pre-EPD beslissingsondersteuningsystemen.

Inmiddels worden alle data van patiënten digitaal vastgelegd. Niet alleen dat, er wordt ook heel veel meer data vastgelegd dan enkele decennia terug. Wachter bespreekt 2 systemen in zijn boek, Watson en Isabel.
Beide systemen zijn bedoeld om artsen te ondersteunen, niet om ze te vervangen. In beide systemen wordt gebruik gemaakt van NLP (natural language processing). Beide systemen maken gebruik van experts om het systeem te trainen en in te regelen.

Watson (het systeem van IBM) richt zich nu op het ondersteunen van artsen door heel veel expert-kennis beschikbaar te stellen aan artsen, om zo de arts te ondersteunen bij het kiezen van de beste therapie voor een specifieke patiënt.

Isabel geeft op basis van EPD data diagnose suggesties of op basis van enkel belangrijke symptomen die een arts zelf selecteert. Het resultaat is dat in respectievelijk 74% en 96% van de gevallen een correcte diagnose gegeven wordt (klik hier voor een artikel uit de Journal of General Internal Medicine uit 2008).

Deze systemen doen wat ze zeggen, ze ondersteunen artsen.

#10 De patiënt neemt het roer over

Data in dossiers zijn nog steeds niet erg toegankelijk voor patiënten. Wachter beschrijft een initiatief Open Notes waarin patiënten online toegang hebben tot hun eigen dossier. Dit startte als project in 2010, maar is inmiddels op heel veel plekken in de VS beschikbaar. Resultaten zijn, zoals Wachter zegt, positief.
Artsen zijn iets anders gaan schrijven en sommigen waren bang voor de consequenties. Achteraf onnodig zo bleek.
Het aantal patiënten dat hun data inziet is heel hoog, veel hoger dan verwacht. Effecten waren heel positief; onder meer waren patiënten beter voorbereid in volgende bezoeken, waren meer therapietrouw en ervoeren een betere relatie met hun arts. (klik hier voor een BMJ evaluatie artikel uit 2016).

Patiëntportalen zouden een extra dimensie moeten toevoegen aan zoiets als OpenNotes. Ze zouden niet alleen inzage in data, maar ook andere functionaliteit zoals elektronisch communiceren met artsen of het maken of verplaatsen van afspraken.
Aan de andere kant vormen patiënten communities online om elkaar te ondersteunen en van elkaars ervaringen te leren. Al met al betekent dit dat patiënten niet alleen mondiger worden, maar ze raken ook steeds meer in control over hun ziekteproces door dit soort ontwikkelingen.

Heel veel in dit boek draait om technologie, niet alleen het EPD maar nog veel meer. Maar wat steeds doorklinkt is zorg om de patiënt, de zorgprofessional en de gezondheidszorg die tegenwoordig worstelen met regelgeving, registratiedruk en technologie die net niet doet wat je zou willen. Dat maakt het – voor mij in elk geval – een erg interessant boek.

Dit zijn natuurlijk mijn 10 take-aways uit dit boek, misschien heb je zelf andere punten.
Wil je die delen? Dat zou ik echt heel leuk vinden. Gebruik de comments of stuur me een email.

Stukje lezen? Een deel van hoofdstuk 1 kan je via de site van de NY times gratis lezen.

Over Happy gebruikers schreef ik eerder dit blog.

Gebruikerstevredenheid meten: wat doen je collega’s? Tussenstand van een informeel onderzoek

Geen tijd om nu te lezen? Klik hier om het artikel te downloaden.

Artikel image LinkedIn en BlogEnige tijd geleden ben ik gestart met een telefonisch vragenrondje over de manier waarop ziekenhuizen en ZBC’s omgaan met gebruikerstevredenheid en -ervaringen.
En dan richt ik me specifiek organisaties waar het EPD al een aantal jaren draait.

Dat rondje levert tot nu toe een wisselend beeld op van hoe deze organisaties reageren op dit onderwerp, gebruikerstevredenheid en gebruikerservaringen.

Waarom? 
Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe zorg-organisaties aankijken tegen optimalisatie van hun EPD.
Niet alleen nieuwsgierig, maar ik maak me ook wel zorgen als ik met artsen spreek en onderzoeken lees over de problemen bij het EPD gebruik.
En daarom vroeg ik me af welke rol gebruikerservaringen en – tevredenheid spelen bij de optimalisatie van het EPD.
Inmiddels ben ik een aantal gesprekken verder en deel ik mijn eerste resultaten.

Wat me opviel is dat het meten van gebruikerstevredenheid eigenlijk niet echt structureel gebeurt.

De redenen varieerden
Soms dacht men dat vragen naar tevredenheid een subjectief antwoord zou geven waar je niets mee kan.
Maar ik hoorde ook regelmatig ‘Nooit aan gedacht’ of ‘Nee, dat is er nooit van gekomen’ in een aantal gevallen aangevuld met ‘Maar eigenlijk zouden we dat wel moeten doen’.
En bij een deel van de organisaties is de focus – bewust of onbewust- gericht op meer technische EPD zaken of aanpassingen in de configuratie.

Periodiek overleg
In een aantal organisaties was wel een periodiek overleg ingepland tussen ICT /Informatie-management en de eindgebruikers.
De onderwerpen in deze gesprekken waren de vragen en wensen t.a.v. ICT, maar ook de ervaringen van eindgebruikers.
Soms was er behoefte aan aanpassing van het systeem of een extra instructie.
Deze gesprekken werden door beide partijen als positief ervaren.
In mijn onderzoek heb ik geen feedback gevraagd aan de eindgebruikers over deze gesprekken.

Verwachtingen vooraf
Ik startte dit onderzoek met de verwachting dat veel ziekenhuizen en ZBC’s niet heel actief waren met meten van gebruikerservaringen. Die verwachting klopt in elk geval.
Mijn inschatting was dat dit een bewuste keuze zou zijn, omdat een onderzoek doen betekent dat er ook iets met de resultaten gedaan moet worden.
En als er geen mogelijkheden zijn om de resultaten op te volgen, is het meten niet zo zinvol.

Geen bewuste keuze
Wat mij verraste was dat het eigenlijk geen bewuste keuze was.
De organisaties waar periodieke gesprekken plaatsvonden kwamen het dichtst bij een meting, maar gebruikerstevredenheid stond niet expliciet op de agenda bij die gesprekken.
Impliciet kwam het wel regelmatig ter sprake.
En in niet alle gevallen was de hele vakgroep bij deze gesprekken aanwezig.

Is het erg om gebruikerstevredenheid en -ervaringen niet structureel te monitoren?
Ik denk van wel.
We zouden heel zuinig moeten zijn op degenen die de gegevens produceren en nodig hebben voor de core business van de organisatie, patiëntenzorg.
Zowel uit literatuur als uit gesprekken met allerlei verschillende artsen blijkt dat het plezier in hun werk negatief beïnvloed wordt door de administratieve last en het niet goed genoeg kunnen werken met het EPD.
Gaat het dan alleen om oudere artsen die ICT maar niets vinden?
In tegendeel, het gaat om gedreven artsen van allerlei specialismen en leeftijden die hun werk goed willen doen, maar daarin in meer of mindere mate hinder ondervinden van het EPD.
De technologie die ondersteuning zou moeten bieden.

Oorzaken
Onderzoek laat verschillende oorzaken zien.
Een van die oorzaken is de aansluiting van het EPD bij het dagelijks zorgproces, eigenlijk de mate van de impact op het werk van de zorgprofessional.
Impact is merkbaar bijvoorbeeld bij het invoeren en opzoeken van gegevens en in de communicatie met andere zorgprofessionals en met de patiënt.
Andere oorzaken zijn te beperkte skills voor digitaal werken, taakverschuivingen en onhandigheden in EPD systemen.

Patiënttevredenheid wordt in de meeste instellingen standaard gemeten, medewerkerstevredenheid ook inmiddels, waarom niet een specifieke meting, zoals gebruikerstevredenheid/ervaringen met het EPD, daaraan toevoegen?
Gebruikers bevragen over hun ervaringen en tevredenheid vraagt enige vaardigheid, maar vergt zeker geen grote kosten in tijd of energie.
En het biedt inzicht over tijd, bijvoorbeeld na de introductie van upgrades of na andere veranderingen.

Specifieke onderwerpen
Het is heel goed mogelijk om specifieke onderwerpen uit te vragen en te meten, kies bijvoorbeeld voor het werken met het EPD tijdens consulten of de status van het werken met orders en ordersets.

De eerste stap in het meten van gebruikerservaringen en –tevredenheid is het uitsturen van een (digitale) vragenlijst.
Het voordeel is dat je een groot bereik hebt en de resultaten snel geanalyseerd kunnen worden.
Nog een voordeel is dat er van dit soort vragenlijsten (enquetes) diverse voorbeelden beschikbaar zijn.

— Klik hier om het artikel te downloaden.

Veel succes! 

Ik ben nog steeds op zoek naar ziekenhuizen en ZBC’s die willen meewerken aan mijn onderzoek. Dus als je ervaringen uit jouw ziekenhuis of ZBC wilt delen, vind ik het super als je contact met me opneemt.

Of als je meer wilt weten over dit onderwerp of ondersteuning zou willen bij een eerste meting, neem dan contact op via email (epdopkoers@zorginformatisering.nl) of telefonisch (+31(0)6 4443 8540).

16 Vaardigheden die het verschil maken tussen handige en onhandige EPD gebruikers

Artikel downloaden?
Klik hier om het artikel te downloaden.

MB20 16 vaardigheden EPD gebruikersWat vragen we van onze EPD gebruikers?

Het EPD is het gereedschap dat ze dagelijks nodig hebben om bij te blijven dus niet onbelangrijk om daar heel handig mee te zijn. Ik heb eens een overzicht gemaakt van alle vaardigheden die ik kon bedenken. En nee, niet in elke organisatie zal het exact hetzelfde zijn. Als je aanvullingen hebt, voeg ik ze graag toe. Dit artikel wordt een groeiend artikel.

#1 Blind typen
Feitelijk vragen we dat gebruikers blind kunnen typen, omdat er ook nog een patient is die aandacht nodig heeft.

#2 Met 10 vingers typen
Of razendsnel met 2 vingers typen Daar heb ik een aantal onvoorstelbare voorbeelden van gezien, overigens.

#3 Muisklikvaardig
Snel klikken, dubbelklikken, rechter- en linkermuisknopklikken zijn allerlei muisklikgerelateerde vaardigheden. Net als een onderscheid kunnen maken tussen enkel- en dubbelklikken. Dit behoort waarschijnlijk tot de basis PC vaardigheden, want in sommige pakketten is het van levensbelang.

#4 Scrollvaardig
Snappen wanneer wel en niet gescrolld kan worden, zoals vakjes die volgetypt kunnen worden. Als dat zo is, verschijnt er als bij toverslag een scrollbalk.

#5 Exact kunnen uitleggen wat het probleem is, zodat de ICT het begrijpt
Met ‘Het werkt niet’ of ‘Gisteren deed ie het nog en nu niet meer’, daar kunnen we niet mee uit de voeten.

#6 Problemen of vragen via een email aanmelden
Dit geldt natuurlijk niet in alle gevallen, maar het is ook geen ongebruikelijke procedure.

#7 In 1 training volledig doorgronden wat de functionaliteit is
Niet zelden is de werkwijze dat voor de ingebruikname van het EPD gebruikers een training krijgen. Dat is natuurlijk absoluut noodzakelijk. Het is wel veel gevraagd om dan alles helemaal te kunnen doorgronden.

#8 Omgaan met one-size-fits-all
In de vroege EPDs werd per vakgroep en soms zelfs per gebruiker een inrichting gedaan. Gelukkig is dat niet meer zo. De keerzijde is dat er een one-size-fits-all oplossing beschikbaar is, waarin het schipperen is tussen wat relevant is voor elke gebruiker(sgroep) en wat in een consult nodig is per vak.

#9 Overzicht genereren in het hoofd
Wat een direct gevolg is van het voorgaande, is dat het voor gebruikers belangrijk is om gegevens te kunnen onthouden en zo nodig samen te voegen in hun hoofd.

#10 Testen van opgeloste issues of nieuwe functionaliteit
Uiteindelijk is het de gebruiker die het EPD in het zorgproces gebruikt, dus testen van nieuwe of veranderde opties vragen we van hen. Niet onlogisch, maar best lastig. Want wanneer is het goed, wat moet getest worden? Welke fouten mogen absoluut niet voorkomen?

#11 Toetsenbordvaardig
Het afwisselen van muis en toetsenbordbediening kost veel tijd. Het vraagt tijd om toetsenbordvaardig te worden, maar het levert veel tijd op. Helaas is niet in alle inrichtingen het belang van de toetsenbordgebruiker meegenomen.

#12 Matchen van EPD en de werkwijze
Een bepaalde manier van werken verandert niet zomaar. Sterker nog het vergt veel aandacht om een nieuwe manier van werken in de dagelijkse routine op te nemen en dan te blijven bijslijpen tot het goed is.

#13 Meer data, minder tijd
De vraag naar data – vanwege kwaliteit, financiële redenen of managementrapportages – neemt steeds toe. In de meeste gevallen is het beleid dat de directe eindgebruiker de data registreert in het systeem.

#14 EPD een plek geven in het consult
Niet zelden is de computer prominent aanwezig in de spreekkamer. Dat kan het gesprek met de patient zeker beïnvloeden. Het is nodig om een goede opstelling te kiezen, waarin zowel patient, als EPD als gebruiker een goede rol kunnen vervullen.

#15 Onderweg data opzoeken of vastleggen
Als een gebruiker gebeld wordt tijdens een lunch, vergadering of simpel al wandelend van locatie A naar B, is het EPD lang niet altijd beschikbaar. Met mobiele devices wordt het misschien wel gemakkelijker.

#16 Structuur van het EPD doorzien
Huidige EPD systemen zijn complexe – soms samengestelde – systemen, waarin heel veel data vastgelegd wordt. Om van data weer informatie te kunnen maken heeft de gebruiker kennis nodig van waar welke data thuishoort en dus te vinden is.

Deze vaardigheden zou een EPD gebruiker toch op zijn minst moeten beheersen op een basaal niveau.

Hoe wordt in jouw ziekenhuis de EPD gebruiker op dit basale niveau gebracht en gehouden?

 

Wil je dit artikel downloaden? Klik hier om het artikel te downloaden.

Garbage en EPD, hoe zit het nu?

Wil je het artikel liever downloaden?
Klik hier om het artikel te downloaden.NTVG artikel

Dit artikel uit het NTVG kreeg ik een tijdje geleden toegestuurd van een van mijn blog lezers (waarvoor dank, Koen).
Het refereert aan het artikel van een groep in het VUMC en had met name betrekking op vastleggen van medicatie en gerelateerde data.(http://onlinelibrary.wiley.com/enhanced/doi/10.1111/jep.12432/)

In voorbereiding op mijn komende seminar ‘Werk maken van Beter EPDen‘, ben ik op zoek gegaan naar meer nieuws over de kwaliteit van de data in een EPD.
Mijn informatie dateerde van begin van deze eeuw.

Een aantal jaren geleden was en veelgehoorde kreet in EPD projecten en ongetwijfeld in allerlei ICT projecten: Garbage In, Garbage Out.

Dit wilde niet veel meer zeggen dan dat je geen prachtig jaarverslag uit het EPD kan halen als je er alleen maar vrije tekst en halve registraties in stopt.

Tot zover niets nieuws.
Het enorme woud aan (verplichte) registraties voor kwaliteitsindicatoren, de inspectie, wetenschappelijke verenigingen, zorgverzekeraars en instituten lijkt erop te wijzen dat er veel verbeterd is.
Maar ik vroeg me af hoeveel we nu echt zijn opgeschoten in de afgelopen jaren.

Buiten mijn eigen ervaringen heb ik wat in de literatuur gezocht.
Ik vond een aardig artikel uit 2012 in JAMIA (http://jamia.oxfordjournals.org/content/20/1/117.full). Onderzoekers zijn geinteresseerd om de kwaliteit van de data te verbeteren, maar dat willen ze op een wat onconventionele manier.
De stelling is dat data uit EPD systemen van hoge kwaliteit moet zijn om er zinvol conclusies op te baseren voor bijvoorbeeld het verbeteren van de kwaliteit van zorg of wetenschappelijk onderzoek.
Natuurlijk is data niet van de vereiste hoge kwaliteit.

Er is vaak sprake van ontbrekende gegevens en onvoldoende accurate gegevens.
Bovendien is de data erg complex.
Al met al, als er al data uit systemen gehaald worden is het lastig om valide conclusies te trekken.

Laten we nog even inzoomen op onvolledigheid van data, omdat dat voor elke willekeurige registratie relevant is. Ik kan me wel vinden in de oorzaken die in het artikel gegeven worden.

Data is incompleet, vanwege

  • vergissingen – gewoon vergeten vast te leggen –
  • fragmentatie, omdat patienten zorg krijgen op verschillende plekken – huisarts en ziekenhuis bijvoorbeeld –
  • alleen data van ziekte-episodes, niet van gezonde fases
  • impliciet aanwezige informatie; de lezer interpreteert automatisch de juiste informatie. Bijvoorbeeld als er staat ‘geen koorts meer’, weet de lezer dat er eerder wel koorts was en dat de temperatuur tussen bepaalde waardes valt

garbage-418369_1280Met name die laatste is natuurlijk erg interessant, omdat dit ongetwijfeld voldoet voor de zorgverleners.
Maar niet voor de kwaliteits- of andere registratie.

Hier zijn we bij de ‘Garbage in‘ beland.
Totaal onterecht vanuit het perspectief van de gebruiker, maar vanuit de data integriteit, volledig verklaarbaar.

Wat heeft de bijna volledige digitalisering van papieren dossiers gebracht?

  • Meer gestructureerde gegevens-sets
  • Meer gegevens die aangeleverd moeten worden, in allerlei formats
  • Meer standaardisatie
  • Minder flexibiliteit
  • Meer zorgen om privacy en beveiliging van data
  • Meer verschuiving van taken van ondersteuners naar zorgverleners

En wat zijn de gevolgen?

  • Een enorme berg aan data die lastig toegankelijk is
  • Veel data die dubbel vastgelegd wordt
  • Niet zo blije gebruikers
  • Steeds minder invloed van gebruikers op het EPD
  • Toename van de adminstratieve lasten

“Ja, en???” hoor ik je denken.
Dat is wel bekend.

Dat moet toch beter kunnen? Ik vind zelfs dat dat beter moet!

Dus, vraag ik me af, zou het niet zinvol zijn om het volgende te doen?

1. Energie steken in het verbeteren van EPD systemen. Verbeteren houdt niet alleen in de juiste velden beschikbaar maken, maar ook nadenken over de user interface, de mogelijkheden van data entry, enz.

2. Energie steken in de gebruikers. Zij zijn tenslotte degenen die de data invoeren, die de data gebruiken en de patienten behandelen. Blije gebruikers zijn goed voor data en voor patienten. Vaardigheden en kennis zijn de basis voor blije gebruikers.

3. Stoppen met datasets uitvragen zoals nu in allerlei formats, alleen handmatig in te voeren in een website (die lang niet altijd vlekkeloos werkt), onduidelijke doelstellingen, enz.

Ik ga even terug naar het artikel uit JAMIA. De onderzoekers gaan uit van de data die al wordt vastgelegd in EPD systemen.
Ze geven aan dat een EPD geen directe weergave is van de patient en zijn conditie, maar veel meer het resultaat van het registatieproces. [Het artikel gaat nog veel dieper in op methodes om data beter te kunnen analyseren, maar dat voert te ver voor dit blog]

Als dat zo is, is het toch zinvol om te beginnen bij

  • de data die nu al geregistreerd wordt,
  • degenen die daarvoor verantwoordelijk voor zijn,
  • het gereedschap dat daarvoor beschikbaar is?

Ik lees graag je feedback!
Dus voel je vrij om die hieronder te delen of stuur me een email.

Wil je het artikel graag downloaden? >>Klik hier om het artikel te downloaden.

Fascinerend, deze 10 korte video’s over zorg, ICT en design

Dit is niet echt een artikel, maar een verzameling video’s.

Wil je toch liever een download? >> >> Klik hier om het artikel te downloaden.

Video’s van TED presentaties, sprekers die mij een andere blik op de zorg ICT geven, direct of indirect.

En ik vind ze alle 10 +1 even fascinerend, daarom wil ik ze graag met je delen.

Sommige zijn al uit 2002 en andere opnames zijn uit 2015, maar eigenlijk allemaal nog actueel en in elk geval interessant.
De meeste talks hebben een Nederlandse ondertiteling, voor het geval je het Engels niet aandurft.
Daarnaast zijn er vrijwel overal transcripts beschikbaar, waarop je de tekst kan meelezen (daarvoor moet je wel even naar Ted.com).
De cursor loopt zelfs mee met de spreker in de transcripts.

Ik vind deze Talks inspirerend en ik licht per Talk kort toe waarom.
Ben ook heel benieuwd naar jouw favoriete TED talks?
Deel het onder mijn blog of op LinkedIn.

#1 A doctor’s touch – Abraham Verghese

Deze heb ik toegevoegd omdat het mij herinnert aan waarom we eigenlijk zorg ICT hebben en in top conditie moeten houden: zodat dokters met patiënten bezig kunnen zijn.

#2 Medicine’s future? There’s an app for that – Daniel Kraft

Cool om mee te gaan in de mogelijkheden die apps nu al bieden. En waar het naar toe kan gaan!

#3 The wireless future of medicine – Eric Topol

Fascinerend wat op een smartphone zichtbaar gemaakt kan worden van wat er in je lichaam gebeurt.
Mogelijkheden die ontstaan zijn doordat er zeer gevoelige sensoren gemaakt kunnen worden, snelle netwerken en geavanceerde smartphones.
Voor chronische aandoeningen biedt dit heel veel mogelijkheden.

#4  3 ways good design makes you happy – Don Norman

Een heel andere tak van sport, dacht ik eerst. Maar als ik kijk naar de GUI van de EPDs in het licht van deze talk, hebben we nog veel kansen om te verbeteren. En misschien niet alleen in de GUI, ook de devices zelf.
Het gaat om hoe mensen producten beleven.
Wederom fascinerend.

#5 An Internet without screens might look like this – Tom Uglow

Een heel out-of-the-box kijk op technologie en schermen.
De wereld ziet er heel anders uit als de oplossingen die hier beschreven worden overal verwerkt worden.
Leuk vooral om over na te denken, vind ik.
Laat je niet afschrikken, doordat er nog geen Nederlandse ondertiteling is.

#6 Surgery’s past, present and robotic future – Catherine Mohr

Wat de titel al zegt:
Deze spreker geeft een overzicht van chirurgie in het Stenen tijdperk tot de meest geavanceerde technieken nu.
Absoluut boeiend om te zien.

#7 Will healthcare embrace digital or will we die waiting? – Karalee Close

Hoe zorgen we dat de technologie die we al hebben om de zorg te verbeteren.
Enerzijds leren van andere industrieën en anderzijds combineren met andere al bestaande datasets (geen medische data maar bevolkingsgegevens of verkeersdichtheid oid).

#9 Get ready for hybrid thinking – Ray Kurzweil

Een externe harde schijf die je met je hersenen bestuurt en niet via een toetsenbord.
Dat is ongeveer zoals ik het zou samenvatten.
Bedenk wat voor scala aan mogelijkheden dat biedt.
Ik kan het nog niet helemaal voor me zien, maar goed.

#10 The rise of human-computer cooperation – Shyam Sankar

Zijn pleidooi is eigenlijk om het goede en krachtige van computers te combineren met het goede en krachtige van mensen.
Niets nieuws misschien, maar wel erg leuk om weer eens over na te denken in het licht van EPD en zorg ICT: wat kan onze gebruiker goed en waar kan de computer hem of haar ondersteunen.

#11 Rethink the way we sit down – Niels Diffrient

Verandert je kijk op zitten en bureaustoelen voor altijd!
Aangezien we nogal wat tijd zittend doorbrengen, heb ik deze als bonus in dit overzicht opgenomen.
Het is even doorbijten, want de man is niet de snelste prater en zijn intro is nogal lang.
Maar, echt de moeite waard!

15 Redenen waarom je BLIJE gebruikers nodig hebt

tevredenheid EPD gebruikers

>> Geen tijd om het artikel nu te lezen?
Klik hier om het artikel te downloaden.

De term Blije gebruiker zal ik even toelichten. Het is geen beschermde titel of fenomeen dat met onafhankelijke criteria gemeten kan worden. Maar de blije gebruiker is niet zomaar tevreden, nee, hij is heel erg tevreden met het EPD en ziet ook dat het zo zijn beperkingen heeft. De blije gebruiker levert een belangrijke bijdrage aan het EPD succes, immers EPD tevredenheid van gebruikers is een belangrijke maatstaf. Het is niet de bedoeling om een wetenschappelijk verantwoorde lijst op te leveren, maar een overzicht van alle eigenschappen waar ik als projectleider heel veel plezier van had en waardering voor heb.

1. Blije gebruikers zijn positief

Positiviteit is heel fijn als je druk bent en in een dynamische wereld werkt. Soms kost het tijd om de beste oplossing te vinden of te maken. Dat vraagt geduld. En als er dan een moment komt waarop gebruikers iets moeten testen en het werkt niet goed (genoeg), dan kan je toch goede feedback terugkrijgen.

2. Blije gebruikers denken mee

Blije gebruikers zijn in staat om iets verder te kijken dan de dagelijkse sores die zij hebben. En sommigen, niet allemaal, zijn in staat om ook mee te denken om het beste resultaat te halen voor iedereen.

3. Blije gebruikers geven energie

Het is ook gewoon fijn om met mensen te werken die blij zijn met wat ze hebben. Ze denken mee en daardoor geeft de samenwerking energie en die is daardoor alleen maar plezieriger.

4. Blije gebruikers leren meer

Het mooie is dat als je gebruikers hebt die positief zijn, blij zelfs, dan zijn ze in staat en bereid om meer te leren. Elke tool, of het nu het EPD is of MS Word, heeft zoveel functionaliteit dat het heel veel tijd en energie kost om die goed onder de knie te krijgen. De bereidheid daartoe is bij blije gebruikers veel groter en dus het leerrendement.

5. Vinden hun werk leuker

Wellicht vreemd, maar de tevredenheid met een IT systeem, beïnvloedt de tevredenheid met het werk in zijn algemeenheid. Bij EPD gebruikers zou dan de logische consequentie zijn dat het ook voor patiënten beter is als hun zorgverlener blij is met het EPD dat hij gebruikt.

6. Ze accepteren enige probleempjes

Mensen die het beste proberen te maken van hun zorg & ICT en beschikken over de realiteitszin. Ze vinden het dan ook niet erg om bij problemen een melding te maken en te accepteren dat het even niet helemaal gaat zoals ze zouden willen.

7. Ze willen nieuwe dingen uitproberen

Stilstand is achteruitgang, dat geldt ook voor een EPD systeem. Meestal zijn de aanpassingen klein en goed te overzien. Soms zijn proefkonijnen nodig om aanpassingen uit te testen, dat vraag je aan blije gebruikers.

8. Gaan op zoek naar verbeteringen

Zorgen dat ze steeds zoeken naar oplossingen voor probleempjes en verbeteringen om het werken gemakkelijker te maken.

9. Gaan op zoek naar handigheidjes

Zijn erg gespitst op handigheidjes, die dingen het werken met het systeem sneller maken. Het gebruik van functietoetsen of andere sneltoetsen.

10. Gaan op zoek naar functies die ze nog niet kennen

Net als elke andere applicatie heeft een EPD veel meer functionaliteit dan de gebruikers in de training leren kennen. In de eerste periode is het nieuwe EPD gebruiken een kwestie van overleven. Na die periode ontstaat er een nieuwe status quo. Voor de meeste gebruikers is die situatie prima. Maar je echt blije gebruikers zullen blijven uitzoeken of er functionaliteit is die ze nog niet kennen en die handig kan zijn.

11. Gaan op zoek naar ondersteuning van hun proces

Bij de invoering is het eigenlijk niet helemaal duidelijk wat de impact is van het EPD. Gaandeweg blijft de blije gebruiker bedenken wat er nog niet goed loopt in het proces of waar nog dubbel werk zit bijvoorbeeld. Ze bekijken hoe het EPD kan helpen die dubbelingen of problemen op te lossen. 12. Kunnen ‘omdenken’ Hebben het vermogen om buiten hun eigen kader te denken. Zo komen ze tot oplossingen of analyses van problemen die bijdragen aan verbeteringen.

13. Willen feedback geven

Zijn altijd bereid om constructieve feedback te geven, zowel over het EPD als over hoe de ondersteuning verloopt. Feedback kan positief of negatief zijn, maar zal altijd constructief zijn.

14. Delen met collega’s

Zijn bereid om collega’s te helpen en te ondersteunen. Willen ook de discussie aangaan met collega’s over oplossingen en werkafspraken.

15. Zijn niet bang

Blije gebruikers, tot slot, zijn niet bang. Ze zien meerwaarde in het EPD ook als collega’s tegensputteren of als de techniek faalt. Ze zijn niet bang om hun positieve mening te blijven verkondigen.

>> Geen tijd om het artikel nu te lezen? Klik hier om het artikel te downloaden.

EPD succes in 3D

reuzenrad

>> Liever het artikel downloaden dan nu lezen? Klik hier om het artikel te downloaden.

Stel je eens voor:

Het EPD project is prima verlopen, de nodige hobbels natuurlijk, maar het werd goed afgesloten.
En daarna nog een korte periode van nazorg en de organisatie is weer over naar de orde van de dag.

Een mooie prestatie en tijd voor wat anders.
Het EPD staat.

Toch?

Misschien zit je nu hoofdschuddend achter je smartphone of computer.
Want het project liep niet zo goed, of jouw organisatie zit midden in de implementatie van het EPD.
Geeft niets, juist dan is dit artikel zinvol voor je.

Laat ik je gerust stellen, EPD succes hoeft geen totaal ongecontroleerd en oncontroleerbaar fenomeen te zijn.
Het is geen magie.EPD is geen magie

Wat nodig is, is dat op 3 dimensies het plaatje klopt.

Voor ik daar verder op in ga nog even dit.
Het is uitermate handig om te weten wat het EPD moet opleveren of welke verandering(en) verwacht worden.
Een doel vooraf maakt het vaststellen van de mate van succes namelijk veel gemakkelijker.

En dan – en daarna stap ik echt over op de 3 dimensies van EPD succes –

waarom zou je je eigenlijk druk maken over EPD succes?
De boel staat en draait: klaar!

Ik denk dat het dan pas begint.
Voor de gebruiker is het zeker pas een begin.
De gebruiker moet wennen aan het nieuwe stuk gereedschap, moet het een plek geven in allerlei processen.
Met name de samenwerking met anderen vraagt behoorlijke aanpassingen van gebruikers.

Maar ook voor ICT en management is de afronding van het project een start.
De beheersfase start, zoals dat zo mooi heet, voor ICT.
Gebruikers hebben vragen, problemen en wensen, hoe ga je daar als ICT mee om?
Wat verwacht de gebruiker van ICT?

En management in brede zin, verwacht rapportages en keurige aanleveringen, maar de praktijk blijkt weerbarstiger.

Dus een visie op EPD succes is geen overbodige luxe.
Een plan om EPD succes te meten en zo nodig bij te sturen is ook handig.
En dan niet eenmalig meten, zoals in een project, maar structureel, op regelmatige basis.

Het mooie is dat het kan.
Net als met alles kan je het eenvoudig en ingewikkeld aanpakken.

De meest eenvoudige aanpak is om in elk geval op 3 dimensies na te gaan hoe het EPD ervoor staat.
Deze 3 zijn

  • het Systeem
  • de Gebruiker
  • de Organisatie

Ik zal ze hieronder toelichten.

#1. Bij het systeem gaat natuurlijk om de techniek, maar niet alleen.
Ook de data, de organisatie van data en de user interface zijn belangrijk.
De vraag die je beantwoord zou willen hebben is in hoeverre het systeem voldoet.
Als je mijn blog, 31 elementen van een succesvol EPD, gelezen hebt, kan je een aantal van die elementen matchen met de systeem dimensie.
Elementen die hierbij horen zijn response tijd en beschikbaarheid, maar ook leesbaarheid en volledigheid van data.
Simpel eigenlijk, is het systeem beschikbaar waar het nodig is, kan je zo navragen.

#2. Het volgende, de gebruiker, de zorgprofessionals die het EPD ‘vullen’ en de data gebruiken.
Gebruikt de gebruiker alle functionaliteit?
Waarschijnlijk niet, en daar is mogelijk een goede reden voor.
Met een beetje grasduinen en een paar query’s is het te achterhalen.
Vervolgens kan je – door het simpelweg te vragen – nagaan waarom functionaliteit niet gebruikt wordt.
Is het niet nodig? Is niet bekend dat het bestaat? Of nog andere redenen?
Maar hier kijk je ook goed of taken verschoven zijn van arts naar verpleegkundige of van secretaresse naar artsen, en welk gevolg heeft dat?
Elementen die bij deze dimensie horen zijn bijvoorbeeld de duur van dagelijks gebruik van het EPD, de attitude van gebruikers t.o.v. EPD systemen, algemene PC vaardigheden, en de mate waarin gebruikers hun manier van werken moeten aanpassen.

#3. En dan de 3e dimensie, de organisatie, die is lastig.
Maar ook erg interessant.
Immers, een EPD aanschaffen, uitrollen en in de lucht houden is geen sinecure.
Voor de organisatie – met name ICT betekent dit doorgaans veel werk, bij het management leven vaak hoge verwachtingen.
Al snel gaan verwachtingen over besparingen in kosten en tijd.
Elementen die hierbij horen gaan dan ook over besparingen, maar ook over impact op de kwaliteit van zorg, tevredenheid van patiënten en EPD gebruikers, marktpositie van de organisatie, inzicht in processen.

Om het gemakkelijk te maken, zal elk van deze 3 dimensies een andere definitie van succes opleveren.
Als de manager tevreden is, is de kans groot dat de gebruiker dat niet is.
Als de ICT tevreden is, is de kans aanwezig dat gebruikers dat niet zijn.
En andersom.

De kunst is dus te komen tot een goede definitie van EPD succes voor elk van deze 3 dimensies of perspectieven.

Dat is niet eenvoudig.

3 stappen om te bepalen hoe succesvol het EPD is

In de volgende 3 stappen kan je wel redelijk snel bepalen hoe succesvol het EPD is.

De eerste stap is om de ‘EPD succes-definitie’ vanuit elke dimensie helder te krijgen.
Wat betekent EPD succes voor de gebruiker, voor de organisatie en wat is een succesvol systeem. Dat laatste lijkt samen te hangen met de eerste 2, maar succes van techniek en informatie zijn objectief vast te stellen.

Een tweede stap is vervolgens om ook te meten hoe groot het EPD succes is op elk van de dimensies.
Daarvoor zijn allerlei parameters en technieken waar ik nu niet in detail op inga.

En de derde stap, is te scoren wat de mate van overall EPD succes is. Hoe belangrijk is elke parameter die gemeten is en welke weging hangt aan elk van de dimensies.

Het resultaat geeft een aardig beeld van EPD succes.[:en]

Is EPD succes het resultaat van een draai aan het Rad van Fortuin?

Stel je eens voor:

Het EPD project is prima verlopen, de nodige hobbels natuurlijk, maar het werd goed afgesloten.

En daarna nog een korte periode van nazorg en de organisatie is weer over naar de orde van de dag.
Een mooie prestatie.
Het EPD staat!

Toch?

Misschien zit je nu hoofdschuddend achter je smartphone of computer.
Want het project liep niet zo goed, of jouw organisatie zit midden in de implementatie van het EPD.
Geeft niets, juist dan is dit artikel zinvol voor je.

Laat ik je gerust stellen, EPD succes hoeft geen totaal ongecontroleerd en oncontroleerbaar fenomeen te zijn.
Het is geen magie.EPD is geen magie

Wat nodig is, is dat op 3 dimensies het plaatje klopt.

Voor ik daar verder op in ga nog even dit.
Het is uitermate handig om te weten wat het EPD moet opleveren of welke verandering(en) verwacht worden.
Een doel vooraf maakt het vaststellen van de mate van succes namelijk veel gemakkelijker.

En dan – en daarna stap ik echt over op de 3 dimensies van EPD succes –

waarom zou je je eigenlijk druk maken over EPD succes?
De boel staat en draait: klaar!

Ik denk dat het dan pas begint.
Voor de gebruiker is het zeker pas een begin.
De gebruiker moet wennen aan het nieuwe stuk gereedschap, moet het een plek geven in allerlei processen.
Met name de samenwerking met anderen vraagt behoorlijke aanpassingen van gebruikers.

Maar ook voor ICT en management is de afronding van het project een start.
De beheersfase start, zoals dat zo mooi heet, voor ICT.
Gebruikers hebben vragen, problemen en wensen, hoe ga je daar als ICT mee om?
Wat verwacht de gebruiker van ICT?

En management in brede zin, verwacht rapportages en keurige aanleveringen, maar de praktijk blijkt weerbarstiger.

Dus een visie op EPD succes is geen overbodige luxe.
Een plan om EPD succes te meten en zo nodig bij te sturen is ook handig.
En dan niet eenmalig meten, zoals in een project, maar structureel, op regelmatige basis.

Het mooie is dat het kan.
Net als met alles kan je het eenvoudig en ingewikkeld aanpakken.

De meest eenvoudige aanpak is om in elk geval op 3 dimensies na te gaan hoe het EPD ervoor staat.
Deze 3 zijn

  • het Systeem
  • de Gebruiker
  • de Organisatie

Ik zal ze hieronder toelichten.

1. Bij het systeem gaat natuurlijk om de techniek, maar niet alleen.
Ook de data, de organisatie van data en de user interface zijn belangrijk.
De vraag die je beantwoord zou willen hebben is in hoeverre het systeem voldoet.
Als je mijn blog, 31 elementen van een succesvol EPD, gelezen hebt, kan je een aantal van die elementen matchen met de systeem dimensie.
Elementen die hierbij horen zijn response tijd en beschikbaarheid, maar ook leesbaarheid en volledigheid van data.
Simpel eigenlijk, is het systeem beschikbaar waar het nodig is, kan je zo navragen.

2. Het volgende, de gebruiker, de zorgprofessionals die het EPD ‘vullen’ en de data gebruiken.
Gebruikt de gebruiker alle functionaliteit?
Waarschijnlijk niet, en daar is mogelijk een goede reden voor.
Met een beetje grasduinen en een paar query’s is het te achterhalen.
Vervolgens kan je – door het simpelweg te vragen – nagaan waarom functionaliteit niet gebruikt wordt.
Is het niet nodig? Is niet bekend dat het bestaat? Of nog andere redenen?
Maar hier kijk je ook goed of taken verschoven zijn van arts naar verpleegkundige of van secretaresse naar artsen, en welk gevolg heeft dat?
Elementen die bij deze dimensie horen zijn bijvoorbeeld de duur van dagelijks gebruik van het EPD, de attitude van gebruikers t.o.v. EPD systemen, algemene PC vaardigheden, en de mate waarin gebruikers hun manier van werken moeten aanpassen.

3. En dan de 3e dimensie, de organisatie, die is lastig.
Maar ook erg interessant.
Immers, een EPD aanschaffen, uitrollen en in de lucht houden is geen sinecure.
Voor de organisatie – met name ICT betekent dit doorgaans veel werk, bij het management leven vaak hoge verwachtingen.
Al snel gaan verwachtingen over besparingen in kosten en tijd.
Elementen die hierbij horen gaan dan ook over besparingen, maar ook over impact op de kwaliteit van zorg, tevredenheid van patiënten en EPD gebruikers, marktpositie van de organisatie, inzicht in processen.

Om het gemakkelijk te maken, zal elk van deze 3 dimensies een andere definitie van succes opleveren.
Als de manager tevreden is, is de kans groot dat de gebruiker dat niet is.
Als de ICT tevreden is, is de kans aanwezig dat gebruikers dat niet zijn.
En andersom.

De kunst is dus te komen tot een goede definitie van EPD succes voor elk van deze 3 dimensies of perspectieven.
Dat is echt niet eenvoudig.
Een goede eerste stap is om de ‘EPD succes-definitie’ vanuit elke dimensie helder te krijgen.
Een tweede stap is vervolgens om ook te meten in hoeverre de huidige situatie voldoet aan die definitie.